Babymassage

Babymassage komt uit India, daar heet het ‘Shantala’. De babymassage wordt daar van moeder op dochter doorgegeven.
In Nederland willen ook steeds meer vrouwen leren hoe ze hun baby kunnen masseren. Logisch, eigenlijk. Aanrakingen zijn een basisbehoefte.

Massage geeft de baby een gevoel van geborgenheid, aandacht en liefde. Het kan darmkrampjes verminderen, een betere slaap bevorderen en rust geven bij huilbaby’s. Ook voor de ontwikkeling is het goed, de zintuigen worden gestimuleerd, de baby raakt vertrouwd met zijn eigen lichaam, met aanrakingen. Kinderen die dit al van jongs af aan meekrijgen zijn psychisch stabieler, kunnen beter ontspannen en hebben meer zelfvertrouwen.

Vanaf 2 weken oud kun je een baby al masseren. Vaak worden ze met 8 maanden te beweeglijk en gaan ze er niet meer voor stil liggen. Als ze weer wat ouder worden, gaat dat weer wat beter.

Als therapeut kun je natuurlijk zelf baby’s masseren, maar je kunt ook de cursus Docent babymassage volgen. Deze is er op gericht om ouders te leren hoe ze hun eigen kindje kunnen masseren.
Je kunt dit 1 op 1 geven, maar vaak leren ouders het in groepjes met andere ouders. Voor ouders is het ook heel goed om hun baby regelmatig te masseren. Tijd nemen met je baby en het liefde en aandacht geven werkt ook voor de ouder ontspannend.

Moeders die neiging hebben tot depressieve gevoelens kunnen zelf ook veel baat hebben bij het geven van babymassage. Voor vaders, die vaak toch al minder fysieke contactmomenten hebben met hun kleintje, kan een massage echt positief werken op de onderlinge band.